natuurlijk museum
3.6.07 | misc
In het Natuurlijk museum aan de Witte de Withstraat in Amsterdam is het vel van een bonsaihertje te zien. Zulke hertjes werden twaalf centimeter hoog. Ze werden geteeld in Japan. De levensduur van een bonsaihertje was half zo lang als die van een dubbel zo groot dier. Ik staar naar het lapje vel en probeer met mijn vingers twaalf centimeter af te meten. Dat is klein. Het lapje vel hangt in een hoekje boven een kelderruimte. In de kelderruimte ruikt het vochtig. Er liggen spullen die boven geen plek hebben gekregen. Er wordt een dia geprojecteerd met plots bewegende, half-transparante bacteriën. Ze lijken op zeepaardjes maar zonder krulstaart en lelijk. Af en toe worden ze ruw wakker geschud, dan rollen ze zich op en strekken zich weer uit – in een fractie van een seconde, sneller dan je kunt kijken. Ze zijn de enige dieren in het museum die leven. Ik had niet eerder van het Natuurlijk museum gehoord maar het lijkt in alles op een museum. Het heeft een museumshop met ansichtkaarten, een depot, een tentoonstellingsruimte, een suppoost, rondleidingen en dingen in bruikleen. Ongetwijfeld heeft het ook subsidie. Er zijn vooral verzamelingen te zien: een verzameling bergwandelstokken, foto’s van watervallen, opgezette dieren, en een glazen wandje waarin zes bijzondere objecten aan een ijzerdraadje hangen. Die objecten komen uit het Museum der Unerhoerten Dinge, net als het vel van het bonsaihertje. Het hertje laat me niet los, twaalf centimeter is echt heel klein.
Comments are closed
Comments are currently closed on this entry.