De foto toont een bovenaanzicht van een kamer. Rechts tegen de rand van de foto (en van de kamer) ligt een vrouw te slapen. Althans zo lijkt het, als je beter kijkt zie je dat de vrouw televisie kijkt. Onder de schouder van de vrouw – ze ligt op haar buik – ligt de afstandsbediening die ze met haar kin zou kunnen bedienen als de knoppen groter waren. Ik houd van de foto omdat het perspectief bijzonder is, van bovenaf. Ook is het prettig dat de wereld is stilgezet, dat biedt de mogelijkheid tot terugkijken (maar dat is op alle foto’s zo).
Dat was een jaar geleden. Ik kwam de foto opnieuw tegen en ik realiseerde me hoe slordig mijn eerste blik was geweest. Ik zag allerlei details die ik eerder gemist had. Het was niet zozeer dat die details er de eerste keer niet waren – de opgefrommelde trainingsbroek lag ook toen naast de bank op de grond – maar nu pas zag ik het, en daardoor de voetbalkousen en daardoor het verhaal: de vrouw kwam thuis van een training, deed haar broek uit waar ze stond, ging uitgeput op de bank liggen en daar lag ze een jaar later nog.
Naast de foto waren vijf andere bovenaanzichten afgedrukt: een halletje, een keuken, een slaapkamer, een badkamer en een kleine rommelhok waar twee fietsen stonden en twee keeperhandschoenen lagen. Haar hele huis. Ik zou het graag opruimen, het was vreselijk rommelig. Aangekoekt eten op het fornuis. Schuursponsje waarvan het geel zwarte vlekken vertoonde. Keukenkastjes die niet helemaal dicht gingen. Wc-papier dat niet was doorgespoeld. Kleding die uit kasten puilde en door het hele huis op hopen lag. Rondslingerende boeken. Onopgemaakt bed. Ik zag niet langer de vrouw, moe op de bank, maar haar leven.
21 juni 2007