Een foto van een man en een vrouw. ‘Jacques and Gwen Raverat’ luidde het bijschrift en ik zag meteen dat Jacques een vervelende man was. Ik zag ook de glimp van iets anders, al wist ik niet precies wat want strikt genomen was er niet veel te zien: een man en een vrouw voor een gordijn.
De vrouw had een scheiding in het midden van haar haar en een grote neus. Haar kin stak omhoog. Links van haar stond Jaques. Nu weet je bij geen enkele foto wie er in de toekomst naar zal kijken, en dat verklaart misschien de ernst van de twee, maar toch speelde er ook iets anders. Het zat in de blik van de vrouw. Ik kon mijn ogen niet van die blik afhouden.
Een vrouw die door stalen deuren keek, noteerde ik.
Dat kwam misschien ook omdat ik toevallig net de biografie van Madame Curie aan het lezen was en bij de ontdekking van radium was aanbeland. Gekmakende willekeur. Gwen Raverat – wie ze ook was – verdiende beter. Ik probeerde haar te vergeten.
Maar de foto deed waar foto’s goed in zijn: terugkijken.
Het enige wat ik zeker wist was dat Gwen Raverat echt had bestaan. Ze stond daar voor dat gordijn als een Mona Lisa zonder glimlach – met verbeten mond. Jacques Raverat was jong gestorven. Dat stond bij de foto. Er stond ook iets over zijn ziekbed, dat vreselijke laatste dagen kende, maar de foto zelf liet daarover niets los. Wat voor vreselijke laatste dagen? Hing het ongeluk al in de lucht toen de fotograaf de foto nam? Keek Gwen daarom zo verbeten? Gelukkig was het niet meer dan een familiekiekje. Interessant voor de betrokkenen – voor de rest van de wereld betekenisloos. Gewoon een leven dat voorbij ging.
meer fotografie op buuv.nl